Detailplanning op 50 meter diepte




Aangezien de meeste voor windmolenparken geschikte en ondiepe locaties langzamerhand worden volgebouwd, is het nu zaak om naar de diepere gebieden te kijken. Dit vereist andere techniek en andere constructies. Zo worden er vaak jackets ingezet in plaats van monopiles. Een monopile wil zeggen dat de windmolen met één enkele, diepe paal in de grond is bevestigd, bij jackets leunt de windmolen op een stalen rek dat op drie plekken in de grond zit. Er is dus ook heiwerk op diepte nodig, en voor werk onder deze omstandigheden een bijna extreme nauwkeurigheid.

Het is een typisch offshore project met alle eigenschappen die daar bij horen: afhankelijk zijn van wind, deining en golven. Werken op relatief diep water (50 meter en meer), gebruikmakend van technieken die nog niet allemaal even beproefd zijn en soms zelfs voor dit project zijn bedacht. Wat we hier eigenlijk doen is het ophalen van Jackets (70m hoog en 900 ton zwaar) en deze voorbereiden voor installatie. Daarnaast halen we enorme stalen buizen op die moeten fungeren als heipalen. Deze palen heien we in de zeebodem nadat we die eerst tegen uitschuring beschermen door middel van aan te brengen rotsblokken. Dan baggeren we voldoende zeebodem uit de geheide palen om ruimte te maken voor het later te plaatsen jacket. Als een jacket gereed is kan het worden geplaatst. Precies met zijn 3 poten in de eerder geheide palen, en direct daaropvolgend lijmen we het jacket vast in de poten met zogeheten grout: een mix van water, cement en zand.

Lees verder


Tags: Planning
Planrs maakt gebruik van cookies